Archiveren

september 24, 2010

Het voordeel van verhuizen is dat je alles sorteert. Zo kwam ik het archiefje van mijn vader zaliger tegen. Hij was destijds een onderwijzer die in zijn vrije tijd het Vlaamse land doorkruiste met zijn poppenkast en sprekende pop. Het archiefje dat ik van hem bezit, bevat de teksten van zijn poppenspelen, de agenda van zijn optredens, een revue die hij schreef, sketches die hij verzameld of geschreven heeft… En dan was er dat een kleine mapje met als titel: “uitspraken (uit opstellen) van kinderen”. Het was een bloemlezing van de flaters van zijn leerlingen. Ik heb me er een kriek mee gelachen. Hieronder enkele voorbeelden.

– Mijn oudste broer is al getrouwd, want hij knutselt gaarne met een meisje dat hij gevonden heeft op de kermis.

– Ik kan wel een beetje zwemmen, maar ik kan nog niet goed boven blijven.

– De scouts dat is goed om te leren op eigen benen staan voor tegen dat we getrouwd zijn.

– Alcohol is zeer slecht, je kunt ervan tegen een boom rijden en er zijn al zo weinig bomen.

– Alcohol geeft aan de soldaat moed om te sneuvelen.

– Ik zal je nu vertellen hoe ik mijn hersens eens heb geschud.

– Ze had de zware vrachtwagen te laat gezien en vlam! Ze zat met haar neus in de ander zijn achterste.

– Hij kreeg een kogel vlak in zijn hart en daar kon hij niet tegen.

– Een paar dagen voor mijn geboorte onderzocht de dokter ons. Hij dacht dat ik twee meisjes was, maar ik was één jongen.

– We hebben dan nog een tweeling. Nadine en Jeanine en die lijken op elkaar als twee druppels water, vooral Jeanine.

Advertenties

De houtkachel

september 21, 2010

De leukste plaats in dit huis is de veranda. Drie grote, zuid gerichte ramen en een lichtkoepel. Een zee van licht en warmte. Bij zonnig weer dan toch. Als het wolkendek dicht blijft is er nog veel licht, maar geen warmte. Want laat nu elke plaats van dit huis voorzien van centrale verwarming, de veranda blijft verstoken van dat comfort. Er is wel een houtkachel.
Klinkt dat gezellig warm in jouw oren? Nou, dat dacht ik ook.

Een open haard aansteken heb ik nog gedaan. Maar met een houtkachel had ik geen ervaring. Vivat Google! Zo vond ik dat brandhout (dat twee jaar moet drogen) uit de tijd is. Tegenwoordig gebruikt men houtbrikketten. Stockeren (om te drogen) hoeft niet, ‘t is milieuvriendelijker (wordt gemaakt van houtafval), brandt langer, minder as… Mijn keuze was snel gemaakt. 
Het systeem van aansteken is hetzelfde: verfrommelde kranten in brand steken, er aanmaakhout op leggen en als dat brandt er een houtbrikket bovenop opleggen. Fluitje van een cent, zo leek me.

Om te beginnen had ik geen kranten. Dan maar een P-magazine verscheurd. Willen die blote trienen toch niet vlammen, zeker! Hooguit één tiet die vuur vatte. Daarna…. pshsh… vuur uit. Van alles heb ik geprobeerd. Brandende tandenstokers toegevoegd, verfrommelde rekeningen van de GB in brand gestoken (dat brandde al iets beter), het aanmaakhout zorgvuldig kampvuurgewijs op de eerste vlammetjes gestapeld… Ik kreeg het er verdorie warm van en vroeg me af waarom ik eigenlijk die  houtkachel wou aansteken. Ik zweette nu al!

Een half uur en veel zweetdruppels later kreeg ik de houtkachel aan de praat. En zie me hier nu zitten puffen. Het is in de veranda bijna 23°. En dat met één houtbrikket die zachtjes smeult en zo te zien nog ettelijke uren zal smeulen.

Hoe dan ook. Dit was een experiment. Nu weet ik dat ik in de winter ook in de veranda kan zitten bloggen.


Blokje om

september 20, 2010

‘s Avonds het blokje om met de hond. Het is een dagelijkse geplogenheid. Een frisse neus halen is immers goed, zowel voor de hond als voor het baasje.
De vorige 3285 uitjes haspelde ik telkens af in circa 10 minuten. Het blokje om was immers maar 500 m. Dat is nu even anders.

In deze buurt is je hond vrijelijk laten poepen not done. Ook niet op de “gazon” van de gemeente. Zo vernam ik van de huisbazin. Poepzakjes gebruiken, luidt de boodschap. Tenzij in het bos, iets verderop. Daar mogen woefkes de boel onder poepen en hoeven de baasjes de uitwerpselen niet te plastificeren.

Wat doe ik nu? Ik sleur Woefke door de bewoonde straat zonder haar de kans te gunnen van te hurken. (Al heb  wel poepzakjes bij, hoor.) Tot zo’n 500m verderop, in het bos. Daar mag het toegeknepen beestje eindelijk haar sluitspieren openen.  Tegen de tijd dat we terug in de bewoonde wereld arriveren, is alle ballast overboord.

Dat maakt wel dat het blokje om qua afstand verdrievoudigd is: 1,5 km. Nu ja, ‘t is goed voor de conditie en bij zonnig weer is het een leuke wandeling. Bij sneeuw zou ik het ook nog tof vinden. Maar of ik zo’n groot blokje om in de regen ook leuk zal vinden?


Mijn garderobe

september 19, 2010

In een vorig leven had ik het gemakkelijk. Ik moest niks doen doen. Tenzij ja, wat boodschappen, een beetje koken, een wasmachine opzetten en enkele dagen later de strijk. Ik kon uren op mijn gat zitten. Wat ik ook deed. Ik spendeerde minstens de helft van de dag aan de computer.

“Leuk,” zal je zeggen. Dat was het ook. Alleen mijn garderobe vond het uiteindelijk niet leuk meer. Die kneep en knelde; ritssluitingen stropten, naden kraakten.

Een nieuwe situatie bracht soelaas. Ik ben verhuisd en woon alleen. Geen tuinman en geen poetsvrouw meer. Ik hanteer weer stofzuiger, dweil en zeemvel en loop kilometertjes achter de grasmachine aan. Ik doe het allemaal wel meer gedoseerd dan in mijn jonge jaren. Tussendoor ga ik nog wel op mijn gat zitten. Toch zorgde deze herstructurering voor gewichtsverlies. Vijf kilootjes, het klinkt futiel. Maar mijn garderobe zit weer goed. En nu maar hopen dat hij niet terug begint te sputteren als ik van de PWA een tuinman ter beschikking krijg. 🙂


F#cking spoed

juli 9, 2010

‘t Was 7u35 – ik was net uit de veren – toen Neil Sedaka kweelde: “ Woh woh woh woh yeah yeah yeah, hey little devil.” ‘t Was mijn GSM.
Zo vroeg in de ochtend? Dat kon geen goed nieuws zijn.
Mijn jongste dochter belde, huilend van de pijn. Haar linkerarm en –schouder deden vreselijk pijn. Die nacht was ze naar de spoeddienst van een kliniek gebracht.  Ze hadden er röntgen genomen van haar arm en schouder, maar niks gevonden en haar dan maar naar huis gestuurd met een mitella en een voorschrift voor pijnstillers.
Maar de pijn bleef ondraaglijk.
Ze is niet kleinzerig, die dochter van mij. Ik besefte dat er iets merkelijk fout moest zijn.
Terwijl ik onderweg was om haar op te pikken, maakte zij een afspraak bij onze huisdokter. Een bekwame kerel. Hij had binnen de vijf minuten zijn diagnose klaar: een nekhernia. Hij regelde meteen een afspraak in het ziekenhuis voor een scan en gaf mijn dochter stevige pijnstillers mee. Met de scans moesten we onmiddellijk terugkomen. 

De scans bevestigden de diagnose van onze huisdokter. Het was een acute nekhernia. Hij probeerde nog een chiropracticus te bereiken. Soms (niet altijd) helpt het “krakje” van een kraker. Maar ‘t was vrijdagavond en de krik-krakker was al naar huis.
Maandag wordt in een kliniek een afspraak gefikst voor een epidurale inspuiting. Geen lachertje. Maar haar pijn is dat ook niet. Intussen kan ze het weekend doorkomen met stevig pijnstillers.

Bij zo’n snel en effectief ingrijpen van de huisdokter, stel ik me de vraag: wat hebben de dames en heren van de spoedafdeling in die bepaalde kliniek op school geleerd? Pijn in arm en schouder. Het kunnen symptomen zijn van een onschuldige verrekking. Maar dan creveer je niet van de pijn, zoals mijn dochter. In elk geneeskundig boek voor leken lees je dat pijn in arm en schouder kan wijzen op een acute nekhernia.
Is het onbekwaamheid? Of zijn de dames en heren van de Spoed er enkel om verhakkelde mensen aaneen te lijmen?


De truken van luie Charel

juli 7, 2010

We gingen solden kopen. Neen, geen urenlang winkels afstruinen maar rechtstreeks op ons doel af: één schoenenwinkel voor hem, één kledingzaak voor mij.
Iedereen weet dat het opletten geblazen is. De gesoldeerde artikelen en de nieuwe collectie liggen in de winkels strategisch in elkaars verlengde. ‘t Zijn de truken van luie Charel. De vorige jaren trapte ik er in. Dit jaar zou ik beter uit mijn doppen kijken.

In een mum van tijd vond mijn man twee paar zomerschoenen. Eén paar was niet geprijsd. Maar het was een koopje, dat stond vast. De winkel was uitsluitend gevuld met koopjes. Nergens een zweem van een nieuwe collectie.
Toen we onze aankoop op de toonbank legden, schrok de winkelier.
”Waar heb je deze schoenen gevonden?” vroeg hij.
”Ginder!” zei mijn man en wees de stapel waar hij de schoenen vandaan gehaald had.
”Oei,” zei de winkelier. “Dat zijn schoenen van de nieuwe collectie.”
Dat waren wel "grove truken van luie Charel, vond ik. Maar voor mijn verontwaardigde blik aan ‘t bliksemen schoot, vervolgde de winkelier: “Wij zijn waarschijnlijk vergeten deze schoenen op te bergen. Maar goed, het is onze fout. Ik geef u alsnog 15 % korting op dit paar.”
Tof van die gast! Daar kopen we in de toekomst nog schoenen.

Mijn rondje solden hamsteren duurde iets langer. Ik hopte van klerenstandaard naar klerenstandaard. Uitgelaten als een kind in een snoepwinkel, graaide ik her en der leuke spulletjes mee en paste ze. Samen met mijn man werd er gedelibereerd: dat niet, dat wel; dat verslankt, daarin zie je je vetrolletjes.
Telkens in ander outfitje uit het kleedhokje stappen, soms stralend omdat mijn spiegelbeeld er goed uitzag, soms clownesk grijzend omdat het er afschuwelijk uitzag, ik ging op in de show. 
En zo kwam het dat ik mijn vooropgestelde voorzichtigheid vergat. Tussen mijn aankopen was één stuk van de nieuwe collectie geglipt. De truken van luie Charel hadden me weer bij mijn pietje. Maar volgende keer!…


Met hiël Aantwaarpe

juli 3, 2010

Gisteren, (totnogtoe) de heetste dag van ‘t jaar. Oude(re) mensen werd aangeraden om tussen 13u en 16u niet buiten te komen. Mij werd om 13u30 gevraagd om ‘op te treden’ op een zonovergoten plein, vlak bij een drukke bushalte. ‘t Was er 35°C, plus de hitte die de voortdurend op en af rijdende autobussen verspreidden.
Ik had er al op gewezen dat ik bij zulke temperaturen die locatie niet zag zitten.
No mercy. Het moest daar plaatsvinden.

Met hiël Aantwaarpe, mor ni mé maai.
Ik heb nog nooit gefaket in mijn leven. Maar in deze omstandigheden zag ik me genoodzaakt tot een glansrol.
Ik deed één keer wat gevraagd werd… Dan snakte ik naar adem, werd het zwart voor mijn ogen, wou ik uit de zon, moest ik gaan zitten…
En plots kon het allemaal. Meteen werd ik naar een ruimte met airco geleid en binnen het kwartier was het ok dat de activiteiten daar plaatsvonden.
Het was er lekker fris. Ik deed wat van me gevraagd werd. Maar het bleef door mijn hoofd spoken: waarom pas begrip als er zich (in dit geval quasi-)ernstige feiten voordoen?

Met hiël Aantwaarpe mor ni mé maai. 
Vandaag heb ik de (nieuwe) directie gemaild. Om luchtigere kledij (een wollen rok bij dit weer!) én kortere werktijden te eisen. – De laatste tijd heb ik werkdagen van 10 uur!  – Worden mijn eisen niet ingewilligd, mag  “mor ni mé maai” vertaald worden als: “ik stop er mee.” Het moet plezant én doenbaar blijven, hè mannekes!