Mijn garderobe

september 19, 2010

In een vorig leven had ik het gemakkelijk. Ik moest niks doen doen. Tenzij ja, wat boodschappen, een beetje koken, een wasmachine opzetten en enkele dagen later de strijk. Ik kon uren op mijn gat zitten. Wat ik ook deed. Ik spendeerde minstens de helft van de dag aan de computer.

“Leuk,” zal je zeggen. Dat was het ook. Alleen mijn garderobe vond het uiteindelijk niet leuk meer. Die kneep en knelde; ritssluitingen stropten, naden kraakten.

Een nieuwe situatie bracht soelaas. Ik ben verhuisd en woon alleen. Geen tuinman en geen poetsvrouw meer. Ik hanteer weer stofzuiger, dweil en zeemvel en loop kilometertjes achter de grasmachine aan. Ik doe het allemaal wel meer gedoseerd dan in mijn jonge jaren. Tussendoor ga ik nog wel op mijn gat zitten. Toch zorgde deze herstructurering voor gewichtsverlies. Vijf kilootjes, het klinkt futiel. Maar mijn garderobe zit weer goed. En nu maar hopen dat hij niet terug begint te sputteren als ik van de PWA een tuinman ter beschikking krijg. :-)


F#cking spoed

juli 9, 2010

‘t Was 7u35 – ik was net uit de veren – toen Neil Sedaka kweelde: “ Woh woh woh woh yeah yeah yeah, hey little devil.” ‘t Was mijn GSM.
Zo vroeg in de ochtend? Dat kon geen goed nieuws zijn.
Mijn jongste dochter belde, huilend van de pijn. Haar linkerarm en –schouder deden vreselijk pijn. Die nacht was ze naar de spoeddienst van een kliniek gebracht.  Ze hadden er röntgen genomen van haar arm en schouder, maar niks gevonden en haar dan maar naar huis gestuurd met een mitella en een voorschrift voor pijnstillers.
Maar de pijn bleef ondraaglijk.
Ze is niet kleinzerig, die dochter van mij. Ik besefte dat er iets merkelijk fout moest zijn.
Terwijl ik onderweg was om haar op te pikken, maakte zij een afspraak bij onze huisdokter. Een bekwame kerel. Hij had binnen de vijf minuten zijn diagnose klaar: een nekhernia. Hij regelde meteen een afspraak in het ziekenhuis voor een scan en gaf mijn dochter stevige pijnstillers mee. Met de scans moesten we onmiddellijk terugkomen. 

De scans bevestigden de diagnose van onze huisdokter. Het was een acute nekhernia. Hij probeerde nog een chiropracticus te bereiken. Soms (niet altijd) helpt het “krakje” van een kraker. Maar ‘t was vrijdagavond en de krik-krakker was al naar huis.
Maandag wordt in een kliniek een afspraak gefikst voor een epidurale inspuiting. Geen lachertje. Maar haar pijn is dat ook niet. Intussen kan ze het weekend doorkomen met stevig pijnstillers.

Bij zo’n snel en effectief ingrijpen van de huisdokter, stel ik me de vraag: wat hebben de dames en heren van de spoedafdeling in die bepaalde kliniek op school geleerd? Pijn in arm en schouder. Het kunnen symptomen zijn van een onschuldige verrekking. Maar dan creveer je niet van de pijn, zoals mijn dochter. In elk geneeskundig boek voor leken lees je dat pijn in arm en schouder kan wijzen op een acute nekhernia.
Is het onbekwaamheid? Of zijn de dames en heren van de Spoed er enkel om verhakkelde mensen aaneen te lijmen?


De truken van luie Charel

juli 7, 2010

We gingen solden kopen. Neen, geen urenlang winkels afstruinen maar rechtstreeks op ons doel af: één schoenenwinkel voor hem, één kledingzaak voor mij.
Iedereen weet dat het opletten geblazen is. De gesoldeerde artikelen en de nieuwe collectie liggen in de winkels strategisch in elkaars verlengde. ‘t Zijn de truken van luie Charel. De vorige jaren trapte ik er in. Dit jaar zou ik beter uit mijn doppen kijken.

In een mum van tijd vond mijn man twee paar zomerschoenen. Eén paar was niet geprijsd. Maar het was een koopje, dat stond vast. De winkel was uitsluitend gevuld met koopjes. Nergens een zweem van een nieuwe collectie.
Toen we onze aankoop op de toonbank legden, schrok de winkelier.
”Waar heb je deze schoenen gevonden?” vroeg hij.
”Ginder!” zei mijn man en wees de stapel waar hij de schoenen vandaan gehaald had.
”Oei,” zei de winkelier. “Dat zijn schoenen van de nieuwe collectie.”
Dat waren wel "grove truken van luie Charel, vond ik. Maar voor mijn verontwaardigde blik aan ‘t bliksemen schoot, vervolgde de winkelier: “Wij zijn waarschijnlijk vergeten deze schoenen op te bergen. Maar goed, het is onze fout. Ik geef u alsnog 15 % korting op dit paar.”
Tof van die gast! Daar kopen we in de toekomst nog schoenen.

Mijn rondje solden hamsteren duurde iets langer. Ik hopte van klerenstandaard naar klerenstandaard. Uitgelaten als een kind in een snoepwinkel, graaide ik her en der leuke spulletjes mee en paste ze. Samen met mijn man werd er gedelibereerd: dat niet, dat wel; dat verslankt, daarin zie je je vetrolletjes.
Telkens in ander outfitje uit het kleedhokje stappen, soms stralend omdat mijn spiegelbeeld er goed uitzag, soms clownesk grijzend omdat het er afschuwelijk uitzag, ik ging op in de show. 
En zo kwam het dat ik mijn vooropgestelde voorzichtigheid vergat. Tussen mijn aankopen was één stuk van de nieuwe collectie geglipt. De truken van luie Charel hadden me weer bij mijn pietje. Maar volgende keer!…


Met hiël Aantwaarpe

juli 3, 2010

Gisteren, (totnogtoe) de heetste dag van ‘t jaar. Oude(re) mensen werd aangeraden om tussen 13u en 16u niet buiten te komen. Mij werd om 13u30 gevraagd om ‘op te treden’ op een zonovergoten plein, vlak bij een drukke bushalte. ‘t Was er 35°C, plus de hitte die de voortdurend op en af rijdende autobussen verspreidden.
Ik had er al op gewezen dat ik bij zulke temperaturen die locatie niet zag zitten.
No mercy. Het moest daar plaatsvinden.

Met hiël Aantwaarpe, mor ni mé maai.
Ik heb nog nooit gefaket in mijn leven. Maar in deze omstandigheden zag ik me genoodzaakt tot een glansrol.
Ik deed één keer wat gevraagd werd… Dan snakte ik naar adem, werd het zwart voor mijn ogen, wou ik uit de zon, moest ik gaan zitten…
En plots kon het allemaal. Meteen werd ik naar een ruimte met airco geleid en binnen het kwartier was het ok dat de activiteiten daar plaatsvonden.
Het was er lekker fris. Ik deed wat van me gevraagd werd. Maar het bleef door mijn hoofd spoken: waarom pas begrip als er zich (in dit geval quasi-)ernstige feiten voordoen?

Met hiël Aantwaarpe mor ni mé maai. 
Vandaag heb ik de (nieuwe) directie gemaild. Om luchtigere kledij (een wollen rok bij dit weer!) én kortere werktijden te eisen. – De laatste tijd heb ik werkdagen van 10 uur!  – Worden mijn eisen niet ingewilligd, mag  “mor ni mé maai” vertaald worden als: “ik stop er mee.” Het moet plezant én doenbaar blijven, hè mannekes!


Onze garagist

juni 29, 2010

Mijn man is al ettelijke jaren tevreden over de service van zijn garagist. Ik ben er niet over te spreken. Zo’n slome kadet! Administratief een oen!
”Ja maar,” zegt mijn man, “de technieker die hij in dienst heeft, is een heel bekwame gast.”
Jaja, maar bij ieder garagebezoek slaagt de garagist er wel in om op mijn systeem te werken. Zo ook vandaag.

Twee weken geleden had hij hoogstpersoonlijk met mijn man een afspraak geregeld. Vandaag, om 8u, mocht ik  -want met zijn arm in de gips kan mijn man niet rijden – de auto binnenbrengen. Er moest een trekhaak aan gezet worden. Stipt op tijd arriveerde ik vanmorgen in de garage en werd begroet met: “oh, maar vandaag heb ik geen tijd. Ik kan er morgen pas aan beginnen.”
Mijn bloed begon te pruttelen.
”Kan niet,” zei ik, “ik moet morgen gaan werken. En donderdag en vrijdag moet ik ook weg. Ok, rij ik nu terug naar huis en kom volgende week wel terug.”
Ah nee! Dat kon niet! Want dan was de technieker op verlof.
Ik kon op het nippertje een “fuck you” onderdrukken. Het liefst had ik mijn biezen gepakt. Maar wij wachten nu al twee maanden op het moment dat die Tist van een garagist tijd kan vrij maken om een trekhaak te plaatsen.
“Goed,” zei ik, “ik zal voor morgen een oplossing zoeken , maar morgenavond wil ik de auto terug, mét trekhaak.”

Deels met het openbaar vervoer, deels met de hulp van een bereidwillige die taxi wil spelen, heb ik voor morgen mijn verplaatsing kunnen regelen. Maar mijn humeur heb ik nog niet kunnen fiksen. Dat gist en rommelt nog.


Graspop

juni 27, 2010

Waarom ik op Graspop was, kan ik niet zeggen. Ik heb zwijgplicht. Ik kan je wel vertellen dat ik er niet was omdat ik wég ben van het genre muziek. Ritmisch gekrijs is niet mijn pakkie an. Eigenlijk ging ik er met zekere aarzeling naartoe. Voor mijn trommelvliezen hoefde ik niet te vrezen. Er was gezorgd voor prima oordopjes. Maar ik moest vooraan aan de dranghekken staan headbangen. Vlak bij de monsterachtige luidsprekers. Uit ondervinding wist ik dat bij oorverdovende muziek de woofers op je ingewanden kunnen inbeuken, wat een misselijk gevoel teweegbrengt.

Ik had me niet zoveel zorgen moeten maken. Want ik heb me uiteindelijk kostelijk geamuseerd op die Heavy Metal Happening. Mijn grootste plezier bestond in het observeren van de genre-liefhebbers. Globaal gezien waren zwarte kledij en zware metalen het samenzweerderig uniform van het publiek. Maar als ik dan inzoomde op zo’n macho individu, kon ik vaak mijn lachspieren niet bedwingen.  Een Neanderthaler kop, een uitgebouwde borstkas getooid met met vervaarlijk ijzerwerk en daaronder een lodderbroek in camouflagekleuren, die halfstok hing zodat de reetnaad zichtbaar was.  Uitpakken met alle soorten huidbegroeiing leek er een must. Hoofdhaar, snor, baard, borsthaar, okselhaar -  veelal zo ruig mogelijk – het werd allemaal trots geshowd.

Met uitgestoken wijsvingers en pinken, het duivelsteken, hoste ik mee op de helse tonen, die bij het optreden van Sabaton toch wel tegen mijn maag bonsden. Een Heavy Metal senior met fel gekleurde, gebloemde bloes, parels om de hals en deftige oorbellen in. Het viel in de smaak. Ik verbroederde met de ‘die hards’. En ik moet zeggen: ze zien er wel wild uit, maar ‘t zijn lieve jongens. En bij nader inzien mocht het ritme van sommige songs er best wel zijn.


Voor de fun?

juni 24, 2010

Als een jongedame me vraagt of ik even wil meedoen aan een radioprogramma, zeg ik niet meteen “ja”. Dan wil ik weten waarover het gaat.
“Ken jij punkpopmuziek?” had de jongedame gevraagd.
Mijn “Jesus Christ, wat is dat?” was oprecht.
Dat was net wat ze nodig had: een oudere dame die geen snars weet over dat soort gegil en getier dat men muziek placht te noemen.
”Ik laat je een foto zien van een punkpopband en jij beschrijft die groep in je eigen woorden.” – Leek me wel leuk.
”Kan je woensdag in de vroege namiddag in Brussel zijn?” – Leek me een stuk minder leuk.
Maar goed, ze kwam me afhalen aan het station.

In de studio wachtten nog twee gasten die de jongedame in het radioprogramma zou interviewen. Ze hadden net hun eerste single punkpop uit. Ik maakte kennis. Ik kreeg er ruim de tijd voor, want er was iets misgelopen met de montage van de muziek. Of wij even wilden wachten.

Nummer 1 van de punkpoppers was de zanger. Later, toen hun muziek mijn gehoorbuis teisterde, bleek hij een “krijser” te zijn. Deze minzaam uitziende krijser was 18 jaar en deed zijn voorlaatste middelbaar over. Nummer 2 droeg een petje. Al mijn gespreksonderwerpen gingen dàt hoofddeksel te boven. Ze waren lief, hoor. Daarover geen kwaad woord. Maar 4 uur in het gezelschap van boys met een IQ van 5 Watt vergde nogal wat van mijn inlevingsvermogen.

Na 4 uur wachten – het was inmiddels 19u – konden de opnames doorgaan. Het verliep alles behalve vlot. Dan was er weer een strubbeling met de muziek. Dan moest Nummer 1 naar het toilet, dan meldden zich nog andere gasten aan (een 5-koppige punkpopband)… Nadat ik uiteindelijk mijn 10 zinnen had mogen zeggen, zei ik dat ik naar huis wou.
”Ja maar, ik je nu niet naar het station brengen,” zei de jongedame. “En wil je eerst niet iets eten?”
Het was toen 20u30. Ik rammelde van de honger. Maar ik was het er stikbeu.
”Ik trek mijn plan  wel,” zei ik, en vertrok.

Ik herinnerde me de weg naar de tramhalte en vond feilloos op het Meiserplein tram 25 die naar het Noordstation reed. 
Twee haltes voor het Noordstation, riep de trambestuurder met een Frans accent “Terminus, terminus.”
Wat nu? Reed de tram niet verder?
Een meisje dat in mijn buurt zat keek even vreemd op als ik, waaruit ik afleidde dat die tram toch wel naar het station had moeten rijden.
Ik sprak haar aan. Het was studente chemie. We keuvelden wat en wachtten op een volgende tram nr. 25. Tien minuten, een kwartier… nog steeds geen tram.
”Twee haltes, zo ver kan dat toch niet zijn?” zei ik.
Zij was ook van die mening en we zetten samen de tocht in naar het station.
Omdat ze in Brussel op kot was, kende ze de kortste weg. En waarlangs leidde die weg? Langs de rosse buurt. Het was inmiddels na 21. Het vlees was er uitgestald; de keurders waren in actie. Mijn gezellin hield er flink de pas in. Ik kon haar met moeite bijbenen. Ik pufte en mijn maag knorde. Ik had sedert ‘s middags niks meer gegeten.

Eindelijk bereikten we het station. De jongedame vond een aansluitende tram. Ik had minder geluk. De laatste rechtstreekse trein was 10 minuten geleden vertrokken. Het enige dat me nog te doen stond was een trein te pakken naar Berchem en daar overstappen. In Berchem vond ik nog een pita-zaak die open was. Ik schrokte het broodje-kip naar binnen.

Om 22u30 kwam ik afgepeigerd thuis. Ik was om en nabij 11 uur van huis geweest om (onbezoldigd) in een radioprogramma ongeveer 10 zinnetjes te zeggen. Die zinnetjes zijn maandagavond te horen tussen 23u en 24u op Studio Brussel, in de uitzending van Radio Dada. Als je in mijn zinnetjes een vleug ongenoegen speurt, bedenk dan dat de verwachte fun ver zoek was die dag.


Blauwe gips

juni 21, 2010

Als je wat ouder wordt, ben je aan wisselstukken toe. Zo ook mijn man. Het kraakbeen in zijn linker duimgewricht was op geconsumeerd en dus moest er een nieuwe scharnier in gemonteerd worden, een prothese. Eén dag kliniek en hupsakee, hij was gedepanneerd. Alleen hupsakee met klein duimpje bewegen zit er nog niet in.
Na twee weken voorlopige plaaster, werd vandaag een nieuw harnas aangelegd.

“Welke kleur zou je willen?” vroeg de verpleegster.
De tijd van de loodzware witte gips is voorbij. Tegenwoordig worden gehechte ledematen modieus verpakt. In de gipskamer stond een heuse etalage van gipszwachtels in alle kleuren van de regenboog. Van deftig zwart tot flashy oranje. Zelfs met prints: bloemetjes, autootjes…
“Doe maar wit”, zei mijn man, “dat past bij mijn auto.”
”Wit wordt snel vuil, mijnheer,” opperde de verpleegster.
“Doe maar donkerblauw,” zei madame, “dat past bij zijn jeansbroek.”

Zijn nieuwe gips is licht, vederlicht. Hij kan moeiteloos molenwieken met zijn arm. Het oogt ook mooi, dat donkerblauw. De mouw van een donker hemd of T-shirt er over en het valt haast niet meer op dat hij gehandicapt is.  
“De buitenkant is wel erg ruw,” zei mijn man, “Mijn mouwen en mitella blijven er aan vast haken.”
Hij ging naar de EHBO-doos en kwam terug met elastisch verband.
“Doe dat er eens rond,” zei hij, “dan haakt dat niet meer.”
En zo verdween de jeanskleurige gips onder een meelijwekkend ecru-kleurig verband.
Blauwe gips. Ik zie er het nut niet meer van in.


What’s in a name?

juni 19, 2010

Of ik Senjora heet? Bijlange niet! Anno Domini 1944 was het not done om je kind een naam te geven die niet in de christelijke namenlijst voorkwam. Mijn voorbeeldige ouders gingen zelfs nog verder. Zij noemden mij, hun eerste kindje, naar de Heilige Maagd Maria. Alsof dàt een waarborg was voor de levenslange deugdelijkheid van het kind…
Hun dochter is inmiddels van “gezegende” leeftijd -  het enige dat nog overblijft van de katholieke strekking van destijds.  
Normaliter had deze blog dus “Maria’s blog” moeten heten. Maar zeg nu zelf, zo’n blognaam doet je denken aan anijskoeken (vosse noppen) van Scherpenheuvel en noveenkaarsen van Oostakker. Een foute associatie, want zo devoot ben ik niet. Dus koos ik voor een nieuwe naam.

Senjora. Spreek het zacht uit en je hoort muziek. Sol la fa… of zoiets.  Drie tonen en drie klanken, vervat in één woord.  Moet het gezegd dat ik mijn moedertaal als muziek aanvoel?
Senjora. Er zit een senior in. Een grijze duif. Maar wel een die niet volgens het boekje roekedekoet.
Senjora. Volgens mijn stamboom is tijdens de Spaanse bezetting (in de 16de eeuw,) mijn zoveelste over-over-grootmoeder gepakt geweest door een Spaanse soldaat. In een ver verleden heb ik dus Spaanse roots.
Senjora, ofte Señora is Spaans voor “mevrouw”. Een aanspreektitel die mijn leeftijd eer aandoet. 

What’s in a name? ;-)


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.